Ik heb mezelf nooit medium genoemd.
Ook al voelde ik eerder dan mijn moeder haar verdriet. Ook al wist ik wie paranormale ervaringen had gehad. En ook al werd er in mijn oor gefluisterd dat er een ongeluk zou gebeuren… wat ook gebeurde.
Nooit dacht ik: ik ben een medium. Ook omdat ik een beeld daarbij had. Een medium, dacht ik, was iemand die je in een split second volledig doorziet. Wat je denkt. Wat je voelt. Waar je bang voor bent. En misschien zelfs of er iets ergs met je zou gebeuren.
Dat alziende oog, zeg maar. En dat maakt het zwaar, en machtig.
En mij juist weer klein. Kwetsbaar. Temeer omdat ik mijn innerlijke black box liever gewoon beschermd hield. Minstens voor mezelf.
En nog steeds, heb ik moeite met het woord. Maar dit heeft ook alles te maken met alles wat er aan onjuiste sticker een het woord vastgekleefd zit.
Je bent vaak óf de zweefteef die overal energie, licht en liefde ziet. Óf iemand die in een donkere kamer doden oproept.
Of je hebt de andere spirituele ego-kant. “kijk mij eens bijzonder zijn want ik kan meer dan jij.” (Het wordt niet gezegd. Maar soms wel gedacht.) En er is ook nog een veroordelende kant: als medium ben je uitvoerder van het kwaad – of iets van gelijke strekking.
Dus ik dacht ook: ik kijk wel uit met dat woord.
En toch … is het precies het woord dat ik wel wil gebruiken. Misschien ook om het weer een eerlijke plek te geven. Zodat het weer klopt. – maar daarover een andere keer meer, anders wordt dit verhaal te groot.
Want eigenlijk is mediumschap iets heel vanzelfsprekends. Zo vanzelfsprekend dat het er niet toe doet om te zeggen dat je het bent.
Omdat het voor mij normaal was. Net als voor jou. Werkelijk mediumschap voelt van binnen vaak niet gek of speciaal. Het is gewoon. Vanzelfsprekend. ((Al kan het je ook best bang maken soms.)
Het is normaal om energie te voelen. Vanzelfsprekend om emoties van anderen te voelen alsof ze van jezelf zijn. Tussen de regels door te voelen wat klopt en wat niet klopt. Een ruimte binnen te lopen en meteen te weten wat er speelt, zonder dat iemand iets zegt. Te dromen over een overleden dierbare.
Ik dacht dat iedereen het net zo bewust, intens voelde. Tot ik ontdekte dat dat niet zo is. Dat veel mensen dat niet bewust ervaren. Of het hebben afgeleerd. Of onderdrukt. En daar heb ik me oprecht over verwonderd.
Want eerlijk gezegd lijkt me dat ook best heftig. Alleen maar moeten vertrouwen op wat iemand zegt. Op logica. Op feiten. Op de buitenkant. Afgesneden zijn van dat diepere voelen. Van intuïtie. Van dat stille weten tussen de regels door.
Ik kan me daar nog steeds weinig bij voorstellen.
Het gaat er ook niet om, of je jezelf wel of niet een medium moet noemen. En al helemaal niet dat je er een identiteit van maakt. Het gaat erom dat je niet kleiner maakt wat je al ervaart. Want veel gevoelige mensen doen dat wel.
Ze voelen dingen. Weten dingen. Registreren meer dan ze kunnen verwoorden en uitleggen. Maar zodra het woord medium erbij komt, trekken ze zich terug. Maken ze zich kleiner.
Omdat het te groot voelt. Te raar. Te ver weg van wie ze denken dat ze mogen zijn.
En dat is eigenlijk mijn punt. Niet of je het bent. Maar of je jezelf gelooft in wat je al waarneemt.
En ik zie dat mediumschap daar vaak tussenin gaat zitten. Niet als iets dat je moet worden. Maar als iets dat je niet steeds hoeft weg te duwen, te kleineren.
Alleen … dat vraagt wel iets.
Aandacht. Eerlijkheid. Durven kijken. Willen.
En soms ook gewoon stoppen met jezelf kleiner maken dan wat je al lang voelt.